Hoe bereken je de werkelijke kosten van personeel?

personeelskosten berekenen

Inhoudsopgave artikel

De werkelijke kosten van personeel gaan verder dan het brutoloon in de arbeidsovereenkomst. Voor een betrouwbaar budget tel je ook werkgeverslasten, vakantiegeld, pensioen, verlof, verzuim en andere arbeidsvoorwaarden mee.

Maak eerst onderscheid tussen drie bedragen. Het brutoloon staat in het contract. Het nettoloon is het bedrag dat je medewerker op de rekening ontvangt. De totale werkgeverskosten laten zien wat je onderneming werkelijk betaalt.

Het nettoloon is daarom geen goede basis voor je berekening. Op het brutoloon worden belastingen en premies ingehouden. Daarnaast betaal je als werkgever eigen premies en extra kosten. Ook indirecte uitgaven, zoals een werkplek of zakelijke verzekering, kunnen meetellen. Lees meer over aftrekbare zakelijke kosten.

Gebruik als basisformule: totale personeelskosten = brutoloon + werkgeverslasten + aanvullende arbeidskosten + indirecte kosten. In de volgende onderdelen zie je welke posten je per medewerker opneemt.

personeelskosten berekenen: welke kosten neem je mee?

Bij personeelskosten berekenen start je met het brutoloon. Dit bedrag staat vóór inhoudingen zoals loonheffing en werknemersbijdragen. De totale kosten voor jou als werkgever liggen meestal hoger.

Neem vaste looncomponenten mee in je berekening. Denk aan een vast maandsalaris, uurloon, ploegentoeslag, onregelmatigheidstoeslag, provisie, bonus en overwerkvergoeding. Geldt een toeslag structureel of staat deze in het contract, dan hoort die bij de personeelskosten.

Brutoloon en nettoloon van medewerkers

Het brutoloon vormt de basis voor veel loonberekeningen. Het nettoloon is het bedrag dat je medewerker na inhoudingen op de rekening ontvangt. Voor jou telt het brutoloon met alle bijkomende lasten, niet alleen het nettobedrag.

Een medewerker met een nettoloon van €2.500 kost je dus meer dan €2.500 per maand. Controleer het vaste salaris, het aantal uren en de terugkerende toeslagen in de loonadministratie. Zo voorkom je dat een deel van het loon buiten beeld blijft.

Werkgeverslasten en sociale premies

Werkgeverslasten komen bovenop het brutoloon. Je betaalt onder meer premies voor werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet.

De hoogte verschilt per medewerker. De sector, het soort dienstverband, het loon en de actuele wetgeving spelen een rol. Gebruik daarom geen vast opslagpercentage voor elke situatie.

Controleer je loonadministratie, sectorindeling en de actuele percentages van de Belastingdienst. Voor gegevens over premies en maximumdaglonen raadpleeg je de Belastingdienst en UWV. Tarieven en fiscale regels kunnen jaarlijks veranderen.

Vakantiegeld, pensioen en andere arbeidsvoorwaarden

In Nederland heeft een medewerker in beginsel recht op minimaal 8% vakantiegeld over het loon dat voor de vakantiebijslag meetelt. Controleer de arbeidsovereenkomst en cao op aanvullende afspraken. Reserveer dit bedrag per maand, zodat de jaarlijkse uitbetaling geen verrassing vormt.

Neem de werkgeversbijdrage aan een pensioenregeling mee. De premie en de verdeling tussen jou en de medewerker verschillen per pensioenfonds, verzekeraar, cao en regeling. Niet iedere medewerker valt onder dezelfde pensioenvoorwaarden.

Arbeidsvoorwaarden kunnen een groot deel van de totale kosten vormen. Denk aan:

  • reiskosten of een vergoeding voor openbaar vervoer;
  • een thuiswerkvergoeding;
  • een zakelijke telefoon en internet;
  • een leaseauto of mobiliteitsbudget;
  • maaltijden, werkkleding en onkostenvergoedingen;
  • een bonus, dertiende maand of winstdeling;
  • een opleidingsbudget en andere secundaire voorwaarden.

Verzuim, verlof en doorbetaling van loon

Betaalde uren zijn niet altijd productieve uren. Vakantie, feestdagen, ziekte, training en verlof verlagen de tijd waarin een medewerker omzet of productie realiseert.

Bij verlof betaal je het loon door terwijl iemand tijdelijk niet werkt. Verwerk wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, feestdagen, ouderschapsverlof en ander betaald verlof in je berekening.

Ziekteverzuim vraagt een aparte post. Bij ziekte kan je maximaal 104 weken verplicht zijn om loon door te betalen, afhankelijk van de wettelijke en contractuele voorwaarden. Kosten voor een arbodienst, bedrijfsarts, re-integratie en vervanging kunnen daarbij meetellen.

Deel een jaarsalaris dus niet simpelweg door twaalf. Trek niet-productieve uren af en verwerk structurele toeslagen, vakantiegeld, pensioen en werkgeverslasten. Zo bereken je een realistischer bedrag per betaald én productief uur.

De verborgen en bijkomende kosten van personeel

Personeelskosten ontstaan al vóór de eerste werkdag. Een vacature plaatsen, gesprekken voeren en een werkplek inrichten kost tijd en geld. Deze uitgaven staan vaak niet op de loonstrook.

Maak bij je berekening onderscheid tussen directe en indirecte kosten. Waardeer interne uren tegen de interne kostprijs per uur. Verwerk externe facturen bij de juiste medewerker, afdeling of periode.

Wervings- en selectiekosten

Een nieuwe medewerker vinden vraagt meer dan een vacature online zetten. Je kunt kosten maken voor vacatureplaatsingen, recruitmentsoftware en een werving- en selectiebureau. Screening, assessments en administratieve verwerking horen bij dezelfde kostenpost.

  • kosten voor vacatureplatforms;
  • recruitmentsoftware en kandidatenbeheer;
  • screening, assessments en referentiechecks;
  • facturen van een extern bureau;
  • tijd voor gesprekken en selectie.

Bereken de interne kosten op basis van de uurkosten van de betrokken medewerkers. Een manager die acht uur sollicitatiegesprekken voert, levert een duidelijke kostenpost op. Neem de uren mee van medewerkers die kandidaten zoeken, beoordelen en interviewen.

Opleiding, begeleiding en inwerktijd

De kosten van inwerken bestaan niet alleen uit een factuur voor een cursus. De nieuwe medewerker besteedt betaalde uren aan uitleg, training en oefenen. Een mentor, leidinggevende en collega’s besteden tijd aan begeleiding.

Neem certificeringen, cursussen, congressen, e-learning en studiemateriaal mee in je raming. Controleer bij een studiekostenbeding of een terugbetalingsregeling geldt. Leg vast op welk moment deze kosten ontstaan.

Tijdens de inwerkperiode ligt de productiviteit vaak lager. Vergelijk de betaalde uren met het aantal uren waarin de medewerker volledig productief is. Het verschil vormt een indirecte kostenpost.

Werkplekkosten, apparatuur en software

Een werkplek vraagt om kantoorruimte, meubilair en facilitaire voorzieningen. Denk aan een laptop, monitoren, telefoon, internet, energie en beveiliging. Bij thuiswerk kunnen kosten voor digitale toegang en thuiswerkmiddelen gelden.

Digitale hulpmiddelen verhogen de kosten per medewerker. Voorbeelden zijn Microsoft 365, boekhoudsoftware, CRM-systemen, projectmanagementsoftware, cybersecurity en communicatieplatforms.

Maak onderscheid tussen eenmalige en terugkerende kosten. Een laptop heeft een aanschafprijs en afschrijving. Software wordt vaak per maand of per jaar gefactureerd. Verdeel gezamenlijke kosten volgens een vaste sleutel, zoals het aantal medewerkers, fte, werkplekken of werkelijk gebruik.

Administratie, HR en salarisverwerking

De personeelsadministratie vraagt doorlopend aandacht. Kosten kunnen ontstaan voor loonadministratie, salarissoftware, personeelsdossiers en contractbeheer. Verzuimregistratie, tijdregistratie en planning horen bij dezelfde beoordeling.

Neem HR-advies, arbodienstverlening en verzekeringen mee. Waardeer interne HR-uren tegen de interne kostprijs per uur. Externe facturen kun je rechtstreeks koppelen aan een medewerker, afdeling of periode.

Gebruik voor gezamenlijke kosten een vaste verdeelsleutel. Kies bijvoorbeeld voor fte, het aantal medewerkers of het aantal werkplekken. Let op dubbele telling. Staat een laptop al in een centrale IT-post, tel de volledige aanschaf dan niet opnieuw bij de individuele medewerker op.

Zo bereken je de totale personeelskosten per medewerker

Begin met de jaarlijkse looninformatie per medewerker. Noteer het brutoloon, vaste toeslagen, bonussen, variabele beloning en vakantiegeld. Voeg ook werkgeverslasten, pensioenbijdragen en andere arbeidsvoorwaarden toe.

Tel daarna de kosten op die niet direct op de loonstrook staan. Denk aan werving en selectie, opleiding, onboarding, begeleiding, de werkplek, apparatuur en software. Neem ook HR, salarisadministratie, verzekeringen en arbodienstverlening mee.

Maak per medewerker of functiegroep een overzicht van eenmalige, maandelijkse en jaarlijkse kosten. Zo voorkom je dubbele tellingen en blijven losse uitgaven zichtbaar. De formule is: totale personeelskosten = loonkosten en arbeidsvoorwaarden + werkgeverslasten + aanvullende personeelskosten.

Verzamel eerst alle bedragen per jaar. Zet maandbedragen om naar jaarbedragen en tel eenmalige kosten apart op. Deel het totaal eventueel door het aantal productieve uren. Zo bereken je niet alleen de totale personeelskosten per medewerker, maar ook de werkelijke kosten per gewerkt uur.